VNC Column Wolkenkrabbel

30 april 2026

Leestijd: 3,5 minuten

Suriname
Al een jaar of zeven was ik niet meer in Suriname geweest. Het is niet direct een vlucht die ik vaak aanvraag, maar wanneer hij in mijn rooster verschijnt ben ik altijd blij verrast. En dat gebeurde dus onlangs. Ik verheugde me onmiddellijk op de saté en een Parbo biertje bij ‘Het Vat’, en in gedachten ging ik terug naar mijn allereerste vlucht naar Paramaribo.

Eerste indrukken
Ik zat nog in mijn proeftijd en had geen idee wat ik van de vlucht en de bestemming kon verwachten. De eerste verrassing wachtte bij de pre-briefing. De Surinaamse man die zich voorstelde als de purser droeg weliswaar een uniform, maar niet dat van KLM. De bemanning bleek samengesteld uit een deel KLM- en een deel SLM-crew. We vlogen met de ‘Classic’,  oftewel de 747-300 en samen met twee andere junior KLM’ers werkte ik in galley 8/9.  Ook de cockpitbemanning was gemengd samengesteld. De captain was SLM, maar voormalig KLM: hij had ervoor gekozen om na zijn pensioen nog een tijd door te vliegen in Suriname.

Tijdens het instappen keek ik mijn ogen uit. Veel passagiers hadden zich speciaal gekleed voor hun reis: mooie jurken, driedelige kostuums, lakschoenen en sieraden. Er goed uitzien leek daarbij zwaarder te wegen dan comfort. Ik kon me daar onmiddellijk in vinden: zelf draag ik bij het uniform nog steeds hooggehakte pumps in plaats van de comfortabele sneakers. Alles voor de glamour!
Het viel me ook op dat veel mensen elkaar kenden. Overigens niet altijd in positieve zin, maar over het algemeen hing er een gezellige, bijna familie-achtige sfeer aan boord.

Toen de daling werd ingezet, keek ik nieuwsgierig door het raam. Onder ons strekte zich een eindeloze groene vlakte uit, alsof we midden in een gigantische broccoli gingen landen. Tussen al dat groen lag Johan Adolf Pengel International Airport, ook wel Zanderij genoemd. De luchthaven voelde destijds nog kleinschalig en levendig. Op het platform zag ik een medewerker voorbijfietsen en er was een toko, waar je voor vertrek nog allerlei verse, lokale producten kon kopen.
De busrit naar het hotel duurde ruim anderhalf uur, met onderweg twee vaste stops: het Zanderij-bord waarop stond hoeveel kilometer je van Amsterdam verwijderd was en ‘Suikertuintje’ voor wat koude drankjes en snacks. Tijdens die lange rit keek ik mijn ogen uit. Zoveel indrukken. Zowel het landschap als de mensen weerspiegelden een enorm rijke variatie aan achtergronden en verhalen.

Ontmoetingen aan boord
Het was een fijne eerste ontmoeting en er zouden er nog vele volgen. Ik genoot van dit bijzondere land met haar ongerepte natuur en diversiteit aan culturen. Iedere keer nam ik nieuwe indrukken mee naar huis.
Zo zaten er eens twee professionele boksers tegenover me. Ze waren enorm gespierd pasten nauwelijks naast elkaar in de stoelen. Hun bokshandschoenen hadden ze strategisch voor zich op de vloer geplaatst. Toen ik uitlegde dat die tijdens start en landing opgeborgen moesten worden, ontstond lichte paniek. Ze waren bang dat ze beschadigd of kwijt zouden raken. Na enig tegenstribbelen wist ik ze te overtuigen dat hun handschoenen veilig waren.
Ze bleken allebei overigens ook behoorlijke vliegangst te hebben. Het was een aandoenlijk gezicht hoe die twee grote spierbundels tijdens het opstijgen hun ogen dichtknepen en elkaars handen stevig vasthielden.

Een andere keer sprak een passagier me tijdens het instappen aan. Ze zei zonder omhaal: “Mijn kont past niet in deze stoel.” Ik keek even om me heen want het leek me een delicate situatie, maar niemand leek ervan op te kijken. Ik bood haar een andere stoel aan, met meer zitcomfort maar wel wat minder beenruimte. “Dat maakt niet uit, als ik maar goed kan zitten,” antwoordde ze.
Haar directheid verraste me, maar wat me misschien nog wel meer opviel was hoe vanzelfsprekend het voor haar was om dit zo te zeggen. Geen aarzeling, geen schaamte, geen verontschuldigingen, gewoon helder en eerlijk. Ik bewonderde dat, die duidelijkheid vond ik prettig, bevrijdend zelfs.

Soms zijn er ook emotionele momenten aan boord. Passagiers delen soms persoonlijke redenen voor hun reis. Meerdere keren sprak ik iemand die niet lang meer te leven had en vertelde naar Suriname te vliegen om daar, in hun geboorteland, te sterven. Dat soort gesprekken blijven me bij.

Tijdens mijn laatste vlucht zat er een mevrouw aan boord die jarig was. Ik schreef een kaartje en improviseerde een klein cadeautje. De captain had ook een kaart geschreven, dus ze kreeg dubbele post. Toen ik het bracht, reageerde ze geëmotioneerd. Ze vertelde dat ze jarenlang bij KLM op de grond had gewerkt en door omstandigheden eerder was gestopt. Met tranen in haar ogen liet ze haar oude KLM-ID zien, die ze nog altijd bij zich droeg. Deze reis had ze van haar man cadeau gekregen. Door de exta aandacht kreeg ze weer even het blauwe familiegevoel dat ze zo gemist had. Bij het afscheid kreeg ik een warme omhelzing en bedankte ze me nogmaals.

Inmiddels weten ook steeds meer vakantiegangers Suriname te vinden. Je ziet vaker reizigers en eco-toeristen in praktische kleding, goed voorbereid op hun verblijf in de natuur. Begrijpelijk natuurlijk, ik snap heel goed dat ook zij dit mooie land graag willen verkennen. Maar stiekem mis ik de glamour een beetje: ik geef toch de voorkeur aan een mooi kostuum boven een afritsbroek.

Vluchten naar Paramaribo blijven bijzonder. En ook deze keer nam ik weer een paar mooie herinneringen mee.

 

 

 

 

 

Cora Dessing
VNC Columniste