VNC Column Blauwe Plekken 

26 november 2025

Leestijd: <2 minuten

Zestig
En plotseling was het moment daar: na 36 jaar vliegen en 20.000 vlieguren tikte ik de memorabele leeftijd van zestig aan. Ik ben daar blij en dankbaar voor. Ik kan nog steeds het onderste plateau uit een trolley halen en in de OCR soepel de draai maken naar mijn bed. Zelfs de vele kilometers lopen op luchthavens gaat me goed af. En na een vlucht van twaalf uur stap ik nog altijd uit met een oprechte glimlach, klaar om 350 passagiers een welgemeend “tot ziens” te wensen. Als de laatste is uitgestapt zeg ik dat meestal nog wel een stuk of 10 keer, galmend in de lege ruimte terwijl iedereen al weg is maar dat schijnt ook bij de leeftijd te horen. Bij een bemanning van meer dan acht collega’s gebruik ik inmiddels een spiekbriefje voor de namen en ik betrap mezelf er weleens op dat ik na afmelden in de trein naar huis al geen idee meer heb hoe iedereen ook alweer heette. 

Een realistische vraag
Op de ochtend van mijn verjaardag werd ik wakker met de vraag: hoe lang heb ik nog? Niet dramatisch bedoeld, maar realistisch. Hoeveel jaren ben ik nog gezond en fit genoeg om, ook na mijn pensioen, leuke dingen te blijven ondernemen? 

Het is iets waar we allemaal mee worden geconfronteerd. Zeker wanneer er weer een tafeltje op het BMC staat met de foto van een collega die veel te vroeg is gegaan. En ja, het vliegen gaat met de jaren meer van je vergen. Thuis heb ik meer tijd nodig om bij te komen, al zie ik mezelf nog altijd als een dertiger. Ik spreek op de dag van thuiskomst nog enthousiast van alles af, wat ik de dagen erna flink moet bezuren. 

Waarom ik nog niet wil stoppen
Toch wil ik blijven vliegen. Wat een voorrecht om tijdens je werk de wereld te zien, te verblijven in fijne hotels en in zulke inspirerende oorden terecht te komen. Maar ik wil het wél wat rustiger aan gaan doen, misschien een percentage minder werken (tenminste: als dat na deze cao-onderhandelingen nog mogelijk is). 

Maar mocht ik uiteindelijk stoppen, dan weet ik nu al dat mijn dagen goed gevuld zullen zijn: reizen, gitaar leren spelen, iemand taalles geven, blijven zingen… misschien zelfs iets in de politiek? 

Moedig voorwaarts
Zestig is niet het nieuwe veertig, maar het is wél een mijlpaal en een mooi kantelpunt om vooruit te kijken. Als je gezondheid meewerkt en je genoeg herinneringen hebt verzameld om nog jaren op te teren, kom je er vanzelf! 

Hans den Dikken