OR-Talk maart

31 maart 2026

Leestijd: < 3 minuten

Ja of nee, was het maar zo simpel 

De wet op de ondernemingsraden, de WOR, is opgericht om werknemers van een bedrijf een stem te geven in het reilen en zeilen van een onderneming. Naast de vakbonden, die over de arbeidsvoorwaarden gaan, heeft ook de OR dus een duidelijke rol. De OR bestuurt het bedrijf niet, maar stuurt wel mee. Daarmee heeft de Ondernemingsraad invloed en daar draait het uiteindelijk om: het zo groot mogelijk maken van die invloed.

De OR heeft hiervoor verschillende instrumenten. Het adviesrecht is daarbij de meest voorkomende. Wanneer de directie plannen heeft voor het bedrijf, zijn er in de WOR criteria vastgelegd, waarbij de OR betrokken moet worden. Wij ontvangen dan een adviesaanvraag, ook wel een voorgenomen besluit genoemd. Op dat moment begint ons werk. In zo’n adviesaanvraag staan vaste onderwerpen. Denk aan eventuele personele en financiële gevolgen, maar ook mogelijke alternatieven. Na een toelichting door de afdeling die het plan heeft opgesteld, kan de OR vragen stellen. Soms doen we al suggesties en worden de alternatieven besproken. Daarna gaat de OR in discussie over het voorgenomen besluit en de richting van ons advies. Dat gaat er soms stevig aan toe. Uiteindelijk wordt een conceptadvies opgesteld en aan de raad voorgelegd, waarna de OR-leden erover stemmen. Het uiteindelijke advies kan verschillende vormen aannemen. Daarbij laten wij ons leiden door het vergroten van onze invloed, zowel op de korte als op lange termijn en altijd in het belang van onze collega’s en het bedrijf.

Het OR-keuzemenu op adviesgebied:

1. Een positief advies
De OR is het eens met het voorliggende besluit van de bedrijfsleiding. Er kunnen wat aandachtspunten zijn die wij meegeven, maar over het algemeen ziet de OR de meerwaarde van het plan.

2. Een advies zonder waarde
De OR is niet uitgesproken positief of negatief, maar stelt wel voorwaarden om met het besluit te kunnen instemmen. Een beter alternatief waar de OR liever voor zou kiezen is dan niet voorhanden. Vrijwel altijd wordt bij zo’n advies een evaluatiemoment afgesproken. Op die manier houden we toch nog invloed op de uitvoering van het besluit op langere termijn. Dit soort adviezen zijn vaak het moeilijkst. We willen het misschien niet, maar zien geen betere oplossing en dan proberen we er het beste van te maken. Je kunt je voorstellen dat dit soort adviezen vooral gegeven worden in de tijden waarin het minder goed gaat met het bedrijf.

3. Geen advies
De OR geeft geen advies, het bedrijf kan hun voorgenomen besluit dan uitvoeren zonder verdere inbreng van de OR. Onze invloed is dan minimaal en je snapt dat wij dat niet snel laten gebeuren.

4. Een negatief advies
Wanneer de OR het absoluut niet eens is met een voorgenomen besluit, kunnen wij een negatief advies geven. Dat kan met voorwaarden, bijvoorbeeld: als het bedrijf bepaalde aanpassingen doet, dan kan de OR alsnog meegaan in het besluit. Het kan ook zijn dat wij een beter alternatief zien en daarop sturen.

Bij een negatief advies is onze invloed de eerste 30 dagen maximaal. In die periode mag het bedrijf het besluit niet uitvoeren. Het bedrijf kan dan de adviesaanvraag aanpassen om aan onze bezwaren tegemoet te komen. Echter, na 30 dagen kan het bedrijf ook besluiten gewoon verder te gaan op de ingeslagen weg. Jammer OR? Niet helemaal. Wij kunnen naar de Ondernemingskamer stappen en het bedrijf sommeren te stoppen met het uitvoeren van het besluit. Daarmee pakken we misschien wat invloed terug. Dit zet de relatie met het bedrijf echter wel onder druk, wat onze invloed op de lange termijn enorm kan beperken.

Een negatief advies geven wij dus alleen af als we denken dat we een zaak bij de Ondernemingskamer kunnen winnen. Bovendien moeten wij er zeker van zijn dat er een beter alternatief beschikbaar is.

Deze vormen van advies gelden niet alleen voor veranderingen in beleid of organisatie. Ze gelden ook voor benoemingen van personen op bepaalde leidinggevende posities. Meestal is dan de bedrijfsleiding de vragende persoon. Bij benoemingen op directieniveau is dat de Raad van Commissarissen.

Kortom, een ja is niet altijd volmondig ja, een nee is niet altijd een resoluut nee. Zo simpel is het helaas niet maar: we moeten het ermee doen.

 

 

 

Koos Bakker
OR-lid