Vanuit de voorzitter
Nederland: koploper in vliegtaks, achterblijver in beleid
Leestijd: > 2 minuten
In 2027 gaat de Nederlandse vliegtaks opnieuw omhoog. Daarmee krijgt Nederland de hoogste vliegtaks in de regio. Dat klinkt misschien als een stevige klimaatmaatregel, maar in de praktijk pakt deze verhoging vooral slecht uit voor de Nederlandse luchtvaartsector en uiteindelijk ook voor Nederland zelf.
Onze buurlanden hanteren namelijk aanzienlijk lagere tarieven. Het gevolg laat zich raden: reizigers wijken uit naar luchthavens net over de grens. Er wordt niet minder gevlogen, men vertrekt alleen niet meer vanaf Schiphol, Rotterdam, Eindhoven of Groningen. Dat kost Nederland passagiers, banen en investeringen, zonder dat het klimaat daar aantoonbaar beter van wordt.
Een nationale maatregel in een internationale sector
De luchtvaart is per definitie internationaal. Als je alleen nationaal beleid maakt, creëer je vooral een verplaatsingseffect. Mensen rijden met de auto naar buitenlandse luchthavens, vliegen daar alsnog en zorgen onderweg voor extra uitstoot. Per saldo schiet niemand daar iets mee op.
Om dat te onderstrepen heeft de VNC, samen met de VNV, NVLT, VKP, CNV en De Unie, actief richting media en politiek van zich laten horen. Er is een gezamenlijk stuk gepubliceerd waarin deze zorgen helder uiteen worden gezet. Ook Nederlandse luchtvaartmaatschappijen hebben hun eigen traject gevolgd. Deze gezamenlijke inzet heeft er mede toe geleid dat er in de Tweede Kamer een motie is ingediend en aangenomen, waarin de regering wordt opgeroepen te werken aan een gelijk speelveld met de landen om ons heen.
Dat is een belangrijke stap. Tegelijkertijd geldt: een motie is geen wet. Het kabinet is niet juridisch verplicht deze uit te voeren, maar wordt wel politiek geacht een aangenomen motie serieus te nemen en er gevolg aan te geven.
Gelijk speelveld
Alleen via internationale – met name Europese – afstemming kan beleid zowel eerlijk als effectief zijn. De VNC roept het kabinet dan ook op om deze motie daadwerkelijk uit te voeren en zich in Brussel in te zetten voor gelijke maatregelen. Duurzaamheid en een sterke, toekomstbestendige Nederlandse luchtvaart kunnen prima samen opgaan, maar dan moet het speelveld wel gelijk zijn.
Op het moment van schrijven wordt het regeerakkoord van het huidige minderheidskabinet aan de Tweede Kamer aangeboden. De vraag is of dit kabinet kiest voor een Nederlandse luchtvaart met toekomst, of dat de sector vooral een makkelijke melkkoe blijft.
De VNC blijft zich in ieder geval inzetten, in Den Haag en in Brussel, om het belang van dat gelijke speelveld blijvend onder de aandacht te brengen. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om beleid en cijfers, maar om banen, perspectief en de toekomst van het werk van de duizenden luchtvaartprofessionals die de VNC vertegenwoordigt.
Fijne en veilige vluchten en
vriendelijke groet,
Chris van Elswijk
Voorzitter VNC









