VNC column Wolkenkrabbel

25 augustus 2026

9/11
Leestijd: 5 minuten

Dit jaar is het 25 jaar geleden dat de aanslagen van 11 september 2001 plaatsvonden. Passagiersvliegtuigen werden gebruikt als wapens, iets wat nog nooit eerder was voorgekomen. De gebeurtenissen zouden de wereld en de luchtvaart voorgoed veranderen.

Er zijn inmiddels collega’s in dienst die in 2001 of zelfs later zijn geboren. Laatst vroeg zo’n jonge collega hoe het er destijds aan toeging. Het ophalen van de verhalen voelde een beetje als ‘oma vertelt’ en aan de reactie merkte ik dat het soms moeilijk te bevatten was.

Wie het bewust heeft meegemaakt, weet waarschijnlijk nog precies waar hij of zij was bij het horen van het vreselijke nieuws. Op 11 september 2001 was ik iets meer dan een jaar in dienst bij KLM en deed ik vanuit Bangkok een shuttle naar Taipei. Bij terugkomst in Bangkok hoorden we van de overnemende bemanning afschuwelijke en verwarrende berichten. Kort daarvoor had het tweede vliegtuig zich in het World Trade Center geboord. Later bleek dat er nog twee vliegtuigen waren gekaapt.

Verbijstering en verwarring
In de bus naar het hotel heersten verbijstering, verwarring en ook paniek. Nieuws was nog niet zo direct beschikbaar als tegenwoordig. Smartphones bestonden niet en voor informatie waren we afhankelijk van radio en televisie. We hadden geen idee wat er precies aan de hand was. Sommigen dachten zelfs dat de Derde Wereldoorlog was uitgebroken.

De cockpitbemanning beschikte over wat meer informatie. In de bus nam de gezagvoerder het woord. Er waren afschuwelijke dingen gebeurd, vertelde hij. Niemand wist nog precies wat er speelde, maar er waren inmiddels beelden vrijgegeven. Hij vroeg ons om in het hotel eerst even om te kleden en daarna naar de crewroom te komen. Vooral niet alleen op de kamer de televisie aanzetten, benadrukte hij, want de beelden waren zeer schokkend. Hij wilde dat we ze samen in de crewroom zouden bekijken, zodat we erover konden praten en onze emoties konden delen.

Ook vroeg hij iedereen naar huis te bellen. Het thuisfront verkeerde waarschijnlijk net zo goed in verwarring en wist misschien niet eens precies waar wij waren. Wie geen telefoon had, mocht de zijne gebruiken. Toen we even later bij elkaar zaten, controleerde hij bij iedereen of het gelukt was om naar huis te bellen.
Tot dat moment was deze captain in mijn beleving vrij onzichtbaar geweest, maar ineens was hij mijn held. Wat er ook zou gebeuren, ik vertrouwde er blind op dat hij de juiste beslissingen zou nemen. Zijn kordate maar sensitieve optreden bracht rust en vertrouwen in de bemanning, voor de resterende dagen in Bangkok en voor de terugvlucht.

Op 4 oktober 2001, iets meer dan drie weken na 9/11, zou ik eigenlijk naar een bestemming in het Midden-Oosten vliegen. Maar de wereld stond nog steeds op zijn kop. Het Amerikaanse luchtruim was een tijd gesloten geweest en kwam langzaam weer op gang. Onze schema’s waren opnieuw ingedeeld en zo werd ik naar New York gestuurd, waar ik nog nooit eerder was geweest.

De briefing voor de vlucht was best beladen. De purser vroeg of er collega’s bang waren om die kant op te gaan. Er was immers veel in het nieuws over de vrees voor nieuwe aanslagen. Ook bespraken we hoe iedereen het vond om zo kort na de gebeurtenissen naar New York te vliegen.

Wat zich had afgespeeld was verschrikkelijk, zei ze, maar het was ook geschiedenis waarvan wij op dat moment getuige waren. We gingen naar New York omdat het ons werk was, maar ze stelde voor om met de bemanning naar Ground Zero te gaan. Niet als ramptoeristen, maar om bloemen neer te leggen en respect te betuigen aan de slachtoffers. Het was bijzonder dat we daar de gelegenheid voor hadden.

Een andere stad
Ik was nog nooit in New York geweest, maar door twee jaar varen voor een Amerikaanse cruiseline, met vrijwel uitsluitend Amerikaanse passagiers, had ik New Yorkers leren herkennen. In mijn herinnering waren ze zelfverzekerd, luidruchtig, brutaal en trokken ze zich van niets of niemand iets aan.

Hoe anders was de stad die ik nu aantrof. Mensen waren ingetogen en aangeslagen. Verslagen in hun eigen stad, hun trots. De bravoure en luidruchtigheid waren verdwenen. Toch ging er iets heel krachtigs van de bevolking uit, iets waar ik diep van onder de indruk was.
Tijdens de busrit van een uur van de luchthaven naar het hotel keek ik mijn ogen uit. Overal zag ik Amerikaanse vlaggen: op auto’s, aan woningen en aan gebouwen. Later viel me op dat veel inwoners ook een klein vlaggetje opgespeld hadden.

In het hotel zette ik de televisie aan om het nieuws te kijken. Ik bleef hangen bij een lokale talkshow waarin allerlei mensen werden verwelkomd die juist op dat moment naar de stad waren gekomen. Brandweermannen uit andere delen van het land kwamen helpen en een gospelkoor uit Jamaica was naar New York gereisd om de inwoners een hart onder de riem te steken. Steeds werd benadrukt hoe blij de stad was met iedereen die kwam. Al was het maar om de horeca en theaters te steunen, die in New York sterk afhankelijk zijn van toerisme.

Een uur later sprak ik met een groepje collega’s af in de hotellobby om naar Ground Zero te gaan. We namen een taxi, maar kwamen niet ver. Veel wegen waren afgesloten en ergens halverwege moesten we uitstappen en te voet verder. We hadden geen idee waar we waren of welke kant we op moesten. Overal stond politie, maar we vonden het wat ongemakkelijk om naar de weg naar de plek van de ramp te vragen.

Uiteindelijk deden we het toch. Het bleek helemaal geen vreemde vraag. Opnieuw merkten we hoeveel het de inwoners deed dat er met hen werd meegeleefd en dat ook mensen van buiten de Verenigde Staten hun steun kwamen betuigen.

Ground Zero
Hoe dichter we bij Ground Zero kwamen, hoe meer pamfletten we zagen met foto’s van vermiste mensen. Hele muren hingen ermee vol. Hartverscheurend.

En toen waren we er.

Er werd volop puin geruimd en naar slachtoffers gezocht. Rond het terrein was een soort tijdelijk wandelpad gemaakt, zodat bezoekers erlangs konden lopen. Op verschillende plekken konden bloemen en berichten worden achtergelaten.

Wat me vooral bijbleef, was dat de enorme torens volledig van boven naar beneden in elkaar waren gezakt, terwijl gebouwen eromheen, bedolven onder een dikke laag stof, nog rechtop stonden. Zelfs ruim drie weken later smeulde het hier en daar nog.

Ik heb er geen foto’s van. Smartphones waren er niet en nu ik dit schrijf realiseer ik me dat we toen ook veel minder de neiging hadden om alles vast te leggen; niemand was nog met selfies bezig. En dit fotografeerde je niet, uit respect, al herinner ik me wel een paar toeristen die lachend voor de bloemenzee poseerden.

Wat een indrukken. Mijn collega’s gingen terug naar het hotel om te slapen, maar ik zat nog vol adrenaline en besloot een musical te bezoeken. Het werd 42nd Street, waarvan het verhaal zich nota bene in New York afspeelt. Hoog boven in het theater genoot ik van de prachtige voorstelling. Aan het einde nam de cast een staande ovatie in ontvangst. Plotseling stapte de hoofdrolspeelster naar voren en hield krachtig een grote Amerikaanse vlag omhoog.
De tranen stroomden over mijn wangen. Alle indrukken, emoties en waarschijnlijk ook de jetlag kwamen eruit.

Dit was mijn eerste kennismaking met deze bijzondere stad. Daarna ben ik nog vele malen in New York geweest, maar die eerste keer heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten.

 

Cora Dessing