VNC Column Wolkenkrabbel

27 oktober 2025

Staken
Leestijd: > 2 minuten

In uniform in het openbaar vervoer ben je vaak een bezienswaardigheid, een open uitnodiging voor opmerkingen of gesprekken. Meestal iets in de trant van: “Waar gaat de reis naartoe?” of “Kan ik niet met je mee?” En natuurlijk is er altijd wel een lolbroek die roept: “Hé kijk, een stewardess! Kan ik bij jou wat bestellen?” Waarop ik dan lachend antwoord: “Natuurlijk, zodra we zijn opgestegen kunt u uw bestelling plaatsen.”

Afgelopen week kwam er een man naast me zitten in de tram. “Draag jij je uniform nog met trots?” vroeg hij. “Ik zie de laatste tijd zoveel berichten over stakingen bij KLM en ontevreden personeel.” Aan zijn toon merkte ik dat de vraag niet uit sensatie, maar uit oprechte interesse werd gesteld. “Zeer zeker wel,” antwoordde ik. “Maar ik ben ook solidair met collega’s van andere afdelingen die actievoeren.” Die twee emoties kunnen prima naast elkaar bestaan.

Ik vertelde hem dat ik al 25 jaar met veel trots voor het bedrijf werk. KLM is een prachtig bedrijf, maar ik heb het in die tijd wel zien verharden, net als het bedrijfsleven in het algemeen overigens. Vanuit zakelijk oogpunt begrijp ik dat tot op zekere hoogte wel: geen enkel bedrijf ontkomt aan verandering. Maar als je bij elke bezuinigingsronde juist in je frontlinepersoneel blijft snijden, komt dat de dienstverlening en dus de kwaliteit van het product niet ten goede. De meeste van mijn collega’s hebben een groot blauw hart en zijn ongelooflijk loyaal. Daar mag je als werkgever zuinig op zijn, vind ik.

De kleur van compromis
Tijdens de recente stakingsacties van het grondpersoneel laaiden de discussies op social media hoog op. Ik volgde ze met interesse. Wat me opviel, is dat sommige mensen lijken te denken dat bij de vakbonden de vlag uitgaat zodra er besloten wordt om te staken. Alsof het ultieme doel van bonden is om het bedrijf kapot te maken. Wie daar even logisch over nadenkt, weet dat dat onzin is. Als het bedrijf failliet gaat, heeft de vakbond immers geen leden meer en houdt ze zelf ook op te bestaan. Daar heeft dus niemand baat bij.

Staken is een grondrecht, vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest. Het is het uiterste middel, dat pas wordt ingezet wanneer men er aan de onderhandelingstafel echt niet meer uitkomt. Die onderhandelingen gaan niet over één nacht ijs; het is een moeizaam proces. Ik hoor collega’s wel eens klagen dat de bonden bepaalde wensen niet hebben binnengehaald bij vorige cao’s. Helaas is er geen garantie dat alle eisen worden ingewilligd. Maar dat geldt gelukkig ook voor de andere partij.

Ik zie het zo: de wensen van KLM worden vertegenwoordigd door de kleur blauw, die van de vakbonden door geel. Meng je die in de juiste verhoudingen, dan krijg je groen. Maar als je als vakbond voortdurend tegen fifty shades of blue aanloopt en van groen licht in de verste verte geen sprake is, dan rest er soms maar één optie: staken.

Wij als cabinepersoneel zijn van nature begaan met onze medemens en daarom voelt staken voor velen onnatuurlijk. Toch is het een recht om voor je belangen op te komen. Een collega zei eens dat ze nooit zou staken, omdat ze vond dat de vakbond maar op eigen kracht een goede cao moest afdwingen, ze betaalde er tenslotte contributie voor. Tja, ik betaal ook elke maand een sportschool abonnement, maar als ik nooit een stap over de drempel van de gym zet, kan ik na een jaar niet gaan klagen dat ik nog steeds niet met een killerbody over het strand flaneer.

In moeilijke tijden hebben de bonden onze steun dus hard nodig. Maar laten we hopen dat het niet zover hoeft te komen en er binnenkort een mooi akkoord gesloten wordt.

Cora Dessing