Paula’s column juli 2026

16 juli 2026

Wat gaan jullie hierna nog doen?
Iedere collega die ik spreek over dit contactmoment zegt hetzelfde: de soms ongemakkelijke smalltalk tijdens de kistwissel. ‘Goh, jullie hebben wel echt een lekkere stop.’ ‘Hebben jullie nog wat leuks gedaan?’

Als je stemmen hoort in de brug en het geluid van naderende hakjes, weet je het zeker: het is er weer tijd voor. Er wordt van ons verwacht dat we uitblinken in smalltalk. Toch vind ik het soms nog best lastig. Geef je een hand, een knuffel of stuit je net op die collega met wie je eerder een minder fijne klik had?

Als je na vier volle vluchten nog moet kletsen met collega’s over het weer, lukt me dat niet altijd meer. Vaak pers ik er nog een glimlach uit, blaas een handkusje en zeg: ‘Hou van jullie, maar mama is moe.’ En gelukkig is er niemand die daar raar van opkijkt.

Volle spaarkaart
Want hoe heerlijk ons werk ook is, soms tref je een collega met wie het wat ongemakkelijker is, bij wie gesprekken niet vanzelf lopen en die je humor niet begrijpt. We zijn een afspiegeling van de samenleving, dus je kunt niet altijd bevriend zijn met iedereen.

Zo ook die warme dag in juni, een paar jaar geleden. Ik had een vierdaagse pairing en voelde al lichte angst voor mijn captain. Laat ik hem voor het verhaal Hans noemen. Meerdere collega’s hadden me al gewaarschuwd.

Ik was net los als CA1 en moest nog verder vertrouwd raken in mijn functie. De eerste keer vastlopen tijdens de welkomstspeech was me al gebeurd, tijdens het taxiën had ik al een snoekduik gemaakt richting het kruis van een Platinum For Life op rij 1 en natuurlijk was er al een glas rode wijn over een ULTI gegaan. Mijn spaarkaart was dus bijna vol. Alleen een aanvaring met een collega ontbrak nog.

Grote viervoeter
Tijdens het handen schudden in het BMC merkte ik al dat grappen maken met deze man geen optie was. De fuel werd besproken en het vliegplan werd met de co doorgenomen. ‘Zullen we maar gaan jongens,’ zei hij nadat er een geforceerd gesprek was gevoerd over het weekend.

We liepen geruisloos richting de security. Dit werd mijn uitdaging voor deze pairing: een band opbouwen met Hans.

We hadden een korte stop Stavanger, een lange in Bilbao en daarna Belgrado. Tijdens vlucht één merkte ik al dat Hans een fascinatie had voor zijn gezin en grote honden. Ik zag een hond op de achtergrond van zijn telefoon en vroeg daar tijdens vlucht twee naar.

Hij draaide zich om, zijn oogjes begonnen te glunderen en beetje bij beetje vertelde hij meer over zijn Deense dog Blackie en het hondenhok dat hij voor hem had gemaakt in de tuin. Nu heb ik je, dacht ik. Dit was mijn ingang. We hadden een raakvlak gevonden.

Tijdens vlucht drie kwam hij zelfs uit de cockpit om verder te kletsen over zijn prachtige gezin en trouwe viervoeter.

Toen we aankwamen in Stavanger en de co opperde om nog een drankje te doen, gaf Hans aan daar ook wel zin in te hebben. De co gaf me een knipoog en een uur later zaten we met z’n drieën op een terras in de haven van Stavanger.

Het was gezellig, we hadden lol en de co tikte me aan toen Hans richting het toilet liep. ‘Wat heb jij gedaan, joh? Na dat gesprek in de galley ontdooide hij helemaal.’ ‘Geen idee,’ zei ik. ‘Interesse getoond misschien. Hem een eerlijke kans gegeven.’

Dikke knuffel
De rest van de dagen had ik goede gesprekken met Hans. Ik hield hem kort, we maakten grapjes en ik communiceerde duidelijk. Toen zijn vrouw meeging op de lange stop Bilbao, kreeg ik meer inzicht in wie hij was. En hoewel hij zelf kon overkomen als een norse oude man, was zijn vrouw vlot, spontaan en gezellig.

Toen ik haar tijdens het avondeten vroeg hoe ze het al zo lang met deze man uithield, proestte ze haar port bijna over tafel. Ze moest hard lachen en zei: ‘Meis, al 36 jaar doe ik mijn best.’

Tja, soms is mijn directheid niet heel handig, dacht ik bij mezelf. Maar gelukkig kon zij die juist goed waarderen. Het was een fijne avond en Hans ontdooide zichtbaar in het bijzijn van zijn vrouw.

Na onze vierdaagse pairing wilde mijn nieuwe vriend mij de hand schudden om me te bedanken. ‘Paul, het was een erg fijne samenwerking,’ zei hij.

Ik duwde zijn hand opzij en gaf hem een dikke knuffel. ‘Zeker, Hans, je bent eigenlijk echt niet zo erg,’ zei ik, terwijl ik hem een knipoog gaf. Een glimlach volgde en ik besefte dat mijn spaarkaart nog steeds niet vol was. En daar was ik eigenlijk heel blij mee.

 

 

 

 

 

Paula van den Berg
VNC Columniste