Paula’s column september 2026
Leestijd: 3 minuten
Meid, heb je geen zonnebril? Neem de mijne!
Afgelopen mei had ik weer een pairing die ik niet snel zal vergeten. Drie dagen feest, met een ontzettend leuke crew. Na het aanmelden, het afgeven van mijn koffer en de kennismaking met mijn crew dropte de captain de bom: zijn vrouw was hoogzwanger en de bevalling kon zomaar in de komende dagen beginnen.
Hij oogde rustig en totaal ready voor wat er zou komen. Ikzelf voelde al spanning voor hem. Aan zijn Belgische accent hoorde ik dat hij, mocht het zover zijn in het verre zuiden, nog een behoorlijke rit voor de boeg had.
We begonnen met een op-en-neertje Florence, waar het zo aan het begin van de zomer al goed heet was. Met zijn zonnebril op en zijn mouwen opgestroopt stond de captain lekker in het zonnetje bovenaan de trap om de passagiers welkom te heten. Dit werd zichtbaar gewaardeerd door de passagiers. De dag sloten we af met een korte inslaap Valencia. Er was weinig tijd, we waren moe en we genoten allemaal, heel saai, van een salade op onze kamer.
Vijf blauwe poppetjes in de lobby
De volgende ochtend trokken we weer vroeg ten strijde. Toen ik de captain druk zag bellen met Maintenance, wist ik genoeg.
‘Zeg efkes tegen de afhandeling dat we voorlopig nog ni gaan boarden, Paul’.
Deze zin begrijpt iedere collega: er was iets goed mis met het vliegtuig. Na drie resets werd het duidelijk. Wij gingen nergens heen. Lang verhaal kort… we gingen terug naar het hotel en zouden de volgende dag deadheading naar huis vliegen. Oftewel, een onverwacht dagje over Valencia.
Helaas konden we niet in ons crewhotel terecht. Er was een beurs in de stad en alle kamers zaten vol. We werden ondergebracht in een hotel buiten de stad. Daar waren ze blijkbaar niet gewend aan vijf blauwe poppetjes in de lobby en sloeg de acute paniek toe toen bleek dat onze kamers nog niet klaar waren.
We mochten ons omkleden in de kleedkamers bij het buitenzwembad. Samen met de meiden ging ik aan de slag om leuke, luchtige outfits samen te stellen. En dat vind ik het machtige aan mijn collega’s.
‘Meid, heb je geen zonnebril? Neem de mijne. Geen slippers? Hier, draag die van mij. Ik heb toch een extra paar bij me’.
Dat is wat ons KLC’ers bindt. Je kent elkaar pas een dag, maar leent zonder aarzelen je spullen aan elkaar uit.
We genoten van een tafel vol tapas in de zon. De captain genoot zichtbaar mee. Alsof hij het al een beetje aanvoelde.
Een ander baantje
De volgende dag vlogen we deadheading naar huis en konden we even meekijken in de keuken van een andere crew. Ik zat met mijn nieuwe vriend op rij 1. Toen zijn vrouw belde, zag ik de schrik in zijn ogen.
Hij gaf me een knipoog, nam op en meteen sprongen de tranen in zijn ogen. Geruisloos wachtten we af wat er zou komen.
‘Amai schatteke, zijt gij ok? Ik kom nar huis’.
Hij hing op, keek me met natte ogen aan en zei: ‘Paul, ik wor papa’.
Ik gaf hem een klap op zijn knie en daarna een dikke knuffel. De vliezen van zijn vrouw waren gebroken. Hun kleine man kwam eraan.
Tijdens de take-off zag ik hem wegdromen, met zijn AirPods in. Buiten was de lucht prachtig en langzaam gleed een traan over zijn wang. Hij wist dat zijn leven voorgoed zou veranderen. Gelukkig had hij in Valencia nog onverwacht een extra dagje “vrij” gekregen.
De captain die ons terugvloog naar Amsterdam had zelf ook kids en leefde zichtbaar met hem mee. Voor de take-off kwam hij even kletsen en vertelde dat hij zo snel mogelijk naar Amsterdam zou vliegen.
Tijdens de daling maakte het vliegtuig ineens een scherpe bocht. De captain trok zijn wenkbrauwen op, keek naar buiten en zei: ‘we krijgen een ander baantje’.
Vanuit de toren kregen we een andere baan toegewezen. Zo stonden we sneller bij de bussen en kon hij sneller naar huis. We gaven hem een dikke knuffel en namen afscheid.
De volgende dag werd ik wakker met een foto in onze groepsapp. Kleine Maurice was geboren en had mijn nieuwe vriend papa gemaakt.

Paula van den Berg
VNC Columniste









